Een interpretatie van Babette's feestmaal van Karen Blixen

[...] De enige God van onze tijd is immers de Democratie. Die afgunstige god die het ascetische ideaal gehekeld heeft en niet duldt dat met zijn waarden grappen worden gemaakt, spreekt overal zijn liefde voor de kunst uit, maar went niet aan het idee van een ontwikkelde klasse; hij wil de huid van de erfgenamen, kortom, hij verfoeit alles wat de kunst, hoe universeel haar draagwijdte ook is, nodig heeft om te leven. In naam van de verdediging van de rechten van de mens predikt hij tegen het maken van onderscheid, verkondigt hij de gelijkwaardigheid van de vormen en verordonneert hij dat alle smaken cultureel bepaald zijn. [...]

Uit: Een intelligent hart van Alain Finkelkraut